Een meevallend bobje
Lang of kort haar het maakt niet, iedereen moet wel eens naar de kapper. Zo ook ik.....
Ik heb sinds ongeveer 7 jaar lang haar. Daarvoor had ik kort haar dat lijkt me logisch. Een voordeel aan het hebben van kort haar is het feit dat er weinig mee kan. Wat weer betekend dat je weinig keuzes hebt en dus makkelijker kunt kiezen. Bij mij kwam het erop neer dat ik moest kiezen tussen wel of geen gel en Mouse in mijn haar. Makkelijk zat.
Na een periode van ongeveer 16 jaar kort haar wilde ik wat anders. Maar wat? Ik wist dat ik, wilde ik mijn keuzes vergroten, ook de lengte van mijn haar moest vergroten. Dus liet ik mijn haar groeien. Af en toe ging het zo langzaam dat ik dacht dat mij haar in staking was gegaan. Maar nu 3 jaar later hangt mijn haar op mijn schouderbladen (en als het pas netjes gekamd is en niet omhoogkruld nog iets verder). En nu heb ik keuzes in overvloed. Helaas doe ik er weinig mee. Op naar de kapper dus.
‘Ik weet niet wat ik wil.’ Mijn haar is lang, dood en pluizig (toen ik nog kort haar had kleurde ik mijn haar met grote regelmaat. Ook heb ik een permanent geprobeerd en geëxperimenteerd met diverse stijl, krul en wafeltangen vandaar dat mijn haar niet in de beste gezondheid verkeert) en bovendien is het zaterdagochtend. De kapster wappert met haar lange, zwarte glanzende krullen en kijkt me ongelovig aan. ‘Je weet niet wat je wil?’ Ik bekijk mezelf in de spiegel en schud mijn hoofd. ‘Nou ja,’ begin ik vaagjes, ‘er moet wél wat af.’ De kapster knikt vakkundig. ‘Je wil er dus wat af,’ besluit ze kordaat. ‘Misschien een bobje?’ opper ik voorzichtig. Bobjes zijn ontzettend hip tegenwoordig. De kapster slaakt een klein gilletje. ‘Een bobje! Dat is verschrikkelijk leuk!’ Een beetje angstig om het woord ‘verschrikkelijk’ kies ik voor het bobje.
De schaar wordt in mijn haar gezet. ‘Pfga je nogpf ietsf leukpfs doen pfvandaag?’ De drie haarklemmetjes op haar lip doen het spraakvermogen geen goed. Ik slaak een diepe onhoorbare zucht. Het liefst wil ik zeggen dat het leven niet altijd leuk is, dat ik maandag een tentamen Ethiek heb (over de zin van het leven en dat soort dingen), dat mijn vriendin een weekendje weg is, dat mijn kamer een puinzooi is en dat mijn lieve, leuke nieuwe bloemetjesschoentjes eigenlijk oerlelijk zijn. Maar dat zeg ik niet. ‘Voetbal kijken natuurlijk!’ klink ik oranjegezind. ‘Gezellig met vrienden in de stad,’ voeg ik er snel aan toe. ‘Jaaaa, dat is verschrikkelijk leuk!’ kirt mijn kapster. Ik bedenk plots verontrust dat als ik pimpelpaarse spikes had gewild en vanavond een recordpoging hinkelen ging ondernemen, ze dit ook vast ‘verschrikkelijk leuk’ had gevonden.
‘Het wordt echt verschrikkelijk mooi!’ klinkt mijn kapster opgewekt. Daar ben ik wel blij om. Kapsters zien dingen die wij nog niet kunnen onderscheiden. ‘Kijk dan hoe práchtig het valt!’ Ik zie weinig prachtig vallen. Mijn haar hangt nog nat en sprieterig langs mijn bleke zaterdagochtendgezicht en ik ontwaar een verdwaalde veeg mascara in de buurt van mijn kin. Treurig denk ik terug aan de periode waarin ik bij de kapper alleen maar zei: “zo kort mogelijk alsjeblieft” waarna mijn vaste kapster haar neus optrok en haar eigen lange blonde manen over haar schouder gooide. Ik zie in gedachten mijn prachtige gespaarde lange haar opgeknipt worden tot een bob waarvan mijn nieuwe kapster zou zeggen dat het Verschikkelijke mooi is en prachtig langs mijn gezicht valt………ik doe mijn ogen dicht en durf niet in de spiegel te kijken tot ik klaar ben.
Het hoeft niet eens prachtig te vallen, als het maar meevalt......




